direct naar inhoud van 5.1 Water
Plan: Brakel, Burgemeester Posweg 12
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0297.BKLBP20130007-VS01

5.1 Water

5.1.1 Inleiding

Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Rivierenland. Met het waterschap is overleg gevoerd. De reactie van het waterschap is opgenomen als bijlage 5. De resultaten van het overleg zijn in deze paragraaf verwerkt.

De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. Deze waterparagraaf is een onderdeel van de watertoets.

De waterparagraaf betreft een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater) in de huidige en toekomstige situatie.

5.1.2 Beleid

Zoals vermeld ligt onderhavig plangebied binnen het beheergebied van het Waterschap Rivierenland. Het waterschapsbeleid is onder meer beschreven in:

  • Het Waterbeheerplan 2010-2015 van het Waterschap;
  • Brochure Partners in Water.

Waterbeheerplan 2010-2015
Waterschap Rivierenland heeft het Waterbeheerplan 2010-2015 opgesteld. Het plan gaat over het waterbeheer in het gehele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap.
Voor voorliggend bestemmingsplan is vooral het voorkomen van wateroverlast aan de orde. Voor nieuw stedelijk gebied geldt dat deze zodanig ontworpen dient te zijn dat er voldoende ruimte voor water is. Een perceeleigenaar dient het hemelwater zelf zoveel mogelijk op te vangen op zijn perceel.
Naast de waterkwantiteit is de waterkwaliteit van belang. De chemische waterkwaliteit mag niet verslechteren ten opzichte van de toestand in het jaar 2000. Voorkomen moet worden dat prioritaire (vervuilende) stoffen in het oppervlaktewater terecht komen.

Het beleid is nader uitgewerkt in de brochure Partners in Water.

Brochure Partners in Water
In de brochure Partners in Water worden vier thema’s benoemd waaraan aandacht moet worden besteed in een watertoets: waterneutraal inrichten, schoon inrichten, veilig inrichten en bijzondere wateren en voorzieningen.

Het schone hemelwater en het vuile afvalwater worden gescheiden op de perceelgrens aangeleverd. Hiermee is het plan voorbereid op een toekomstige gescheiden verwerking van het water en wordt voldaan aan het waterneutraal inrichten.

Het hemelwater vanaf de daken en verharde oppervlakken is voldoende schoon. Er is geen zuiverende voorziening noodzakelijk.

Het plangebied ligt niet in de beschermingszone van een dijk. Er hoeft geen specifieke aandacht aan het aspect veilig inrichten te worden geschonken.

Het plangebied is onderdeel van het 'stedelijk gebied' van Brakel. Er is geen sprake van bijzondere wateren of voorzieningen.

Het plan voldoet aan het waterschapsbeleid.

5.1.3 Watersysteem
5.1.3.1 Bodem

Uit het verkennend bodemonderzoek (bijlage 6) valt het een en ander op te maken met betrekking tot de waterdoorlatendheid van de bodem. Ter plaatse van het plangebied is onder een dunne toplaag van zand voornamelijk klei aanwezig. De verticale doorlatendheid van de bodem op de locatie is daarmee onvoldoende voor de infiltratie van hemelwater.

5.1.3.2 Oppervlaktewater

Binnen het plangebied en in de directe omgeving is geen oppervlaktewater aanwezig.

5.1.3.3 Grondwater

Uit de peilenkaart van Waterschap Rivierenland volgt dat het zomerpeil ter plaatse van het plangebied 0,8 meter boven NAP bedraagt. Het maaiveld ligt op ongeveer 2 meter boven NAP.

Het plangebied is gevoelig voor kwel. De grondwateroverlast en kwel mogen niet toenemen. Het waterschap geeft aan dat dit bij voorkeur middels bouwkundige maatregelen bereikt kan worden. Bijvoorbeeld door ophoging van het terrein en/of kruipruimteloos bouwen.

5.1.3.4 Beschermingszone waterkering

Het plangebied ligt binnen de buitenbeschermingszone van de waterkering langs de rivier de Waal. In de keur van het waterschap zijn bepalingen opgenomen voor deze zone, onder meer de verplichting tot aanvraag van een waterwetvergunning voor het plaatsen van bouwwerken. Daarbij moet worden aangetoond dat het plan geen negatief effect heeft op de waterkerende functie van de dijk.

5.1.4 Hemelwater
5.1.4.1 Verhard oppervlak

Onderstaande afbeelding en tabel geven een overzicht van het verhard oppervlak (bebouwing en bestrating) van het gehele plangebied nieuwe situatie. In de tabel is tevens een vergelijking met de huidige situatie gemaakt.

afbeelding "i_NL.IMRO.0297.BKLBP20130007-VS01_0008.jpg"

verharde oppervlakken in nieuwe situatie

omschrijving   bestaand   nieuw   toe-/afname  
bebouwing   674 m²     765 m²     + 91 m²    
bestrating   1.010 m²     710 m²     -/- 300 m²    
totaal   1.684 m²     1.475 m²     -/- 209 m²    

De totale afname van het verhard oppervlak bedraagt 209 m².

5.1.4.2 Berekening bergingscapaciteit

Kleine plannen hebben slechts een minimaal effect op de waterhuishouding. Voor plannen met minder dan 500 m² extra verharding in stedelijk gebied en minder dan 1.500 m² in landelijk gebied is daarom geen compenserende waterberging vereist. Als kleine plannen onderdeel uitmaken van een groter plan, dan geldt de compensatieplicht voor het totale oppervlak.
Onderhavig plan resulteert in een afname van het verharde oppervlak van 209 m². Compensatie is daarom niet nodig.

5.1.4.3 Ontwerp bergingsvoorziening

Het waterschap hanteert de volgende voorkeursvolgorde bij de keuze van het soort bergingsvoorziening:

  • hemelwater vasthouden door hergebruik of infiltratie (bovengronds)
  • hemelwater bergen in open water
  • hemelwater brengen naar kunstmatige bergingsvoorzieningen (wadi’s, bassins, kratten, kelders)

Voor de locatie van bergingsvoorzieningen geldt de volgende voorkeursvolgorde:

  • waterberging in het plangebied
  • waterberging in uitbreidingsgebieden
  • waterberging aan de rand van het stedelijk gebied
  • benutten bergingscapaciteit in het landelijk gebied

Uit het infiltratieonderzoek is gebleken dat de waterdoorlatendheid van de bodem onvoldoende is om in infiltratie van het hemelwater te voorzien. Het schone hemelwater zal op het bestaande gemengde riool worden geloosd. Hiertoe wordt op het eigen terrein een gescheiden stelsel (schoon hemelwater en afvalwater) aangelegd, dat te zijner tijd op het nog te realiseren gescheiden stelsel in het openbare gebied kan worden aangesloten. Het aanleggen van een gescheiden stelsel in de omgeving van het plangebied is nog niet gepland.

5.1.5 Afvalwater

Uitgangspunt is dat het vuile afvalwater en het schone hemelwater worden gescheiden.

Het vuile afvalwater zal op de bestaande riolering geloosd worden.

5.1.6 Waterkwaliteit

Er zijn geen bijzondere maatregelen genomen om vervuiling van het oppervlaktewater te voorkomen. Overeenkomstig de eis van het waterschap worden in principe geen uitlogende materialen toegepast.