direct naar inhoud van 4.2 Bodemkwaliteit
Plan: Gameren, Middelkampseweg 13
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0297.GMRBP20100015-VS01

4.2 Bodemkwaliteit

In opdracht van Transport- en handelsonderneming Van Tuijl B.V. heeft AGEL adviseurs een actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd voor de locatie Middelkampseweg 13 te Gameren. De locatie betreft een bedrijfsterrein van Van Tuijl en heeft een oppervlakte van circa 1,8 hectare. Naar aanleiding van de uitvoering van het historisch bodemonderzoek aan de Middelkampseweg 13 te Gameren van AGEL adviseurs met kenmerk 20050007-01 d.d. 30 maart 2011 blijken geen relevante wijzigingen in de bodemkwaliteit te verwachten na uitvoering van het verkennend bodemonderzoek in 2004 (verkennend bodemonderzoek Middelkampseweg te Gameren, Nipa Milieutechniek B.V. kenmerk 04.6741, 9 maart 2004). Het actualiserend bodemonderzoek heeft als doel inzicht te krijgen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of deze een beletsel vormt voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging.

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie aangemerkt als een, voor bodemverontreiniging, onverdachte locatie. Uit het historisch onderzoek uitgevoerd d.d. maart 2011 blijkt dat er geen relevante wijzigingen hebben plaatsgevonden die als bodembedreigend worden aangemerkt in de periode 2004 tot 2011. Op basis van deze constatering is in overleg met de gemeente Zaltbommel de volgende onderzoeksopzet bepaald:

  • het onderzoek vindt plaats volgens NEN5740, strategie onverdacht;
  • er worden geen inpandige boringen of boringen door verhardingen verricht;
  • het onderzoek beperkt zich tot de grond ter plaatse van de zijden van de locatie.

In totaal zijn 21 boringen tot 1,0 m-mv geplaatst. Per zijde zijn er mengmonsters van de boven- en ondergrond samengesteld en geanalyseerd. Onderzoek naar het grondwater is conform de besproken onderzoeksopzet niet uitgevoerd. Bij het verrichten van de boringen is geconstateerd dat op de gehele locatie een puinlaag aanwezig is met een variërende dikte van 0,5 à 0,7 meter dikte vanaf maaiveld.

Op basis van de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek dient de hypothese 'onverdacht' formeel te worden verworpen. De licht verhoogde gehalten aan cadmium, PAK en PCB in de grond worden echter als niet afwijkend beschouwd ten opzichte van de eerdere situatie en geven geen reden tot een nader onderzoek.

Conclusie

Op basis van het acualiserend biodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd:

  • De bovengrond is plaatselijk ten gevolge van bijmengingen met puin licht verontreinigd met cadmium, PAK en PCB's. De gemeten gehalten van de overige geanalyseerde parameters zijn kleiner dan de achtergrondwaarden. In de ondergrond zijn maximaal lichte overschrijdingen aan cadmium en PAK aangetoond in gehalten boven de achtergrondwaarden;
  • De resultaten van het verkennend bodemonderzoek vormen geen beletsel voor de voorgenomen ontwikkelingen op de locatie ten behoeve van de bestemmingsplanwijzigingen;
  • De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding voor het verrichten van een nader bodemonderzoek.