direct naar inhoud van 4.3 Natuur en ecologie
Plan: Gameren, Middelkampseweg 13
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0297.GMRBP20100015-VS01

4.3 Natuur en ecologie

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met de natuurwaarden ter plaatse. Daarbij dient onderscheid gemaakt te worden tussen gebiedsbescherming en soorten bescherming.

Gebiedsbescherming

De Natuurbeschermingswet 1998 regelt de bescherming van natuurgebieden. In de Natuurbeschermingswet 1998 (NB-wet) zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) geïmplementeerd. De gebieden die hieronder vallen, vormen samen het Natura 2000-netwerk. Onder Natura 2000 worden de gebieden verstaan die op grond van de Vogel- en/of Habitatrichtlijn zijn aangewezen. De gebieden zijn van grote betekenis voor de bescherming van de Europese biodiversiteit en dienen gezamenlijk met alle andere aangewezen gebieden in Europa een ecologisch netwerk te vormen.

Het plangebied bevindt zich niet binnen de invloedsfeer van een speciale beschermingszone als bedoeld in de Vogel en/of Habitatrichtlijnen of de ecologische hoofdstructuur of andere natuurgebieden. Gebiedsbescherming is derhalve niet aan de orde.

Soortenbescherming

Hier is de flora- en faunawet van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Het voorliggend plan maakt de uitbreiding van de bedrijfsvestiging ter plaatse van het perceel aan de Middelkampseweg 13 mogelijk. Daarnaast wordt een duurzame scheiding gerealiseerd tussen de glas- en metaalrecycling. Hiermee is het voorliggend bestemmingsplan grotendeels conserverend van aard. De uitbreiding van de bebouwingsmogelijkheden ter plaatse van het perceel aan de Middelkamseweg vormt binnen het voorliggend plan dan ook het enige relevante aspect ten aanzien van de flora- en faunawet.

De voorgestane uitbreiding van de bebouwingsmogelijkheden aan de Middelkampseweg 13 hebben betrekking op het bestaand verhardt terrein wat reeds in gebruikt is ten behoeve van de opslag van glas. Met de voorgestane bebouwingsmogelijkheden worden dan ook geen bestaande (potentiele) natuurwaarden aangetast. Derhalve kan gesteld worden dat de voorgestane bebouwingsmogelijkheden geen negatieve effecten zullen hebben op dier- en plantensoorten. Noodzaak tot het verrichten van een ecologisch onderzoek is dan ook niet aan de orde. Vanuit het aspect flora en fauna worden dan ook geen belemmeringen verwacht.