direct naar inhoud van 4.4 Water
Plan: Kerkwijk, raadhuislocatie 2010
Status: vastgesteld
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0297.KWKPB20100003-VS01

4.4 Water

4.4.1 De Watertoets

Eind 2000 heeft het kabinet het standpunt "Anders omgaan met water" vastgesteld. Het op een andere manier omgaan met water én ruimte is nodig om in de toekomst bescherming te bieden tegen overstromingen en wateroverlast. De watertoets is een instrument dat ruimtelijke plannen toetst aan de mate waarin zij rekening houden met het beleid om het water meer ruimte te geven. De watertoets heeft als doel om in een vroegtijdig stadium alle relevante partijen te betrekken bij het opstellen van een wateradvies. De toets heeft betrekking op alle wateren en alle waterhuishoudkundige aspecten die van betekenis zijn voor het gebruik en de functie van het projectgebied en de directe omgeving van het gebied, bijvoorbeeld veiligheid (overstromingsgevaar), wateroverlast en waterkwaliteit.


De inhoud van de watertoets is ontleend aan het Waterhuishoudkundig onderzoek dat als bijlage aan dit bestemmingsplan is toegevoegd. In de onderstaande tekst wordt daar naar verwezen.

4.4.2 Waterhuishoudkundige situatie

In het stedelijke gebied is de waterhuishouding in eerste instantie gericht op het voorkomen van (grond)wateroverlast. Bij de aanleg van de wegen, het ontwikkelen van de bouwgrond en de aanleg van de groenvoorzieningen moet ervoor worden gezorgd dat de drooglegging van het gebied in relatie met het grondwaterpeil in voldoende mate gezekerd is. Het projectgebied ligt op een hoogte van circa 1 meter boven NAP. De omliggende gronden liggen iets hoger. Het voormalige raadhuis en de dienstwoning liggen hoger dan het overige, nog te bebouwen, deel van het terrein.

De watergang rondom het plangebied heeft in de huidige situatie een C-status (geen B-status), maar zal bij toekomstig landgebruik (minimaal) een B-status moeten krijgen. Hiertoe worden de C-watergangen opgewaardeerd naar B-watergangen, op zo'n manier dat er een aansluitende B-watergangenstructuur ontstaat; dit betekent dat de aanliggende eigenaren van de toekomstige B-watergangen onderhoudsplichtig worden. Hiermee wordt het onderhoud van de watergang en daarmee de berging en afvoer gegarandeerd.

Momenteel is de C-watergang middels een duiker van rond 500 verbonden met een C-watergang, met ten noorden van de ontsluiting van huisnr 5 aan de Hogenhofstraat.

Er is dus sprake van een peilbeheerst gebied in de huidige situatie. Het zomer- en winterpeil in het gebied is 1 meter +NAP. Uit navraag blijkt dat het peil van deze C-watergang een fluctuatie vertoont van ongeveer 20 cm. Het oppervlaktewater staat in extreme situaties in het laagst gelegen westelijke deel van het terrein tot aan het maaiveldniveau, maar komt niet hoger. De C-watergang valt nooit droog.

In de huidige situatie is het terrein reeds deels verhard door de aanwezige bebouwing en de parkeerplaats bij het voormalige afvaldepot. Nagenoeg het gehele verharde oppervlak watert af op de C-watergang. Alleen het hemelwater dat op de dienstwoning valt wordt samen met het afvalwater afgevoerd naar het gemengd riool onder de Walderweg. De totale verharde oppervlakte neemt in de toekomstige situatie toe (zie paragraaf 6.2 van het waterhuishoudkundig plan). Daarnaast zal de verharding, die gebruikt wordt bij de aanleg van de binnenterreinen ter hoogte van de eengezinswoningen en de rug-aan-rugwoningen bestaan uit waterdoorlatende materialen.

Voor een nadere beschrijving van de mogelijkheden van hergebruik, berging en afvoer van het hemelwater en de riolering wordt kortheidshalve verwezen naar paragraaf 4.2 van het waterhuishoudkundig onderzoek. In de huidige situatie is er al sprake van een stabiel systeem dat in de afgelopen jaren geen enkele keer tot wateroverlast voor de gemeentehuis en de naastgelegen dienstwoning heeft geleid. Verwacht wordt dat de toekomstige inrichting van het terrein daar geen verandering in brengt.

De bodem van het projectgebied bestaat uit zwak zandige en sterk zandige klei (zie rapport blz. 5 e.v.). Tijdens het onderzoek stond de hoogste gepeilde grondwaterstand op 0.7 m beneden maaiveld. Het gebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied en kent geen natte natuurwaarden. Wel maakt het gebied deel uit van een groter zoekgebied voor waterberging. Het gebied maakt verder geen onderdeel uit van hydrologische beïnvloedingsgebieden.

4.4.3 Waterhuishoudkundige aspecten

Aan de hand van de "Handreiking Watertoets" is het aspect water in onderhavig plan meegenomen. In onderstaande tabel wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige aspecten een rol spelen in de bestaande en de toekomstige waterhuishouding van het projectgebied.

Thema   Toetsvraag   Relevant  
HOOFDTHEMA'S  
Veiligheid
 
1. Ligt in of nabij het projectgebied een primaire of regionale waterkering?
2. Ligt in of nabij het projectgebied een kade?  
Nee
Nee  
Riolering en afvalwaterketen   1. Is er toename van het afvalwater (DWA)?
2. Ligt in het projectgebied een persleiding van WRIJ?
3. Ligt in of nabij het projectgebied een RWZI van het waterschap?  
Ja
Nee
Nee  
Wateroverlast (oppervlaktewater)
 
1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak?
2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak?
3. Bevinden zich in of nabij het projectgebied natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?  
Ja
Nee
Nee  
Grondwater-
overlast  
1. Is in het projectgebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond?
2. Bevindt het projectgebied zich in de invloedzone van de Rijn of IJssel?
3. Is in het projectgebied sprake van kwel?
4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren?  
Nee

Nee
Nee
Nee  
Oppervlakte-
waterkwaliteit
 
1. Wordt vanuit het projectgebied water op oppervlaktewater geloosd?
2. Ligt in of nabij het projectgebied een HEN of SED water?
3. Ligt het projectgebied geheel of gedeeltelijk in een Strategisch actiegebied?  
Nee
Nee
Nee  
Grondwaterkwaliteit   1. Ligt het projectgebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?   Nee  
Volksgezondheid
 
1. In of nabij het projectgebied bevinden zich overstorten uit het gemengde of verbeterde gescheiden stelsel?
2. Bevinden zich, of komen er functies in of nabij het projectgebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?  
Nee

Ja  
Verdroging   1. Bevindt het projectgebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur?   Nee  
Natte natuur   1. Bevindt het projectgebied zich in of nabij een natte EVZ?
2. Bevindt het projectgebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur?  
Nee
Nee  
Inrichting en beheer   1. Bevinden zich in of nabij het projectgebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap?
2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?  
Nee

Nee  
HOOFDTHEMA'S  
Recreatie   1. Bevinden zich in het projectgebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?   Nee  
Cultuurhistorie   1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het projectgebied aanwezig?   Nee  

4.4.4 Riolering en afvalwaterketen

Het hemelwater van de daken zal via aparte leidingen worden afgevoerd naar de C-watergang langs de rand van het projectgebied (rapport blz. 13 en 14). Het hemelwater van de bestrating zal via bodempassages worden afgevoerd naar de C-watergang. Het afvalwater van de nieuwe woningen zal geloosd worden op het bestaande riool.

4.4.5 Wateroverlast

n de huidige situatie is er geen sprake van wateroverlast. Het terrein zal in zijn geheel worden opgehoogd op de vereiste drooglegging te kunnen garanderen op alle locaties waar nieuwbouw plaatsvindt (zie paragraaf 4.3 en 5.4 van het waterhuishoudkundig rapport).

4.4.6 Volksgezondheid

De watergang rondom het plangebied is momenteel nog een C-watergang en staat wél in verbinding met de overige watergangen in het gebied.

4.4.7 Oppervlaktewaterkwaliteit

Ter bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit mogen voor de afvoerleidingen van het hemelwater, daken en dakgoten geen uitlogende materialen worden gebruikt.

4.4.8 Inrichting en beheer

Het beheer van de C-watergang en de bijbehorende taluds zijn nu reeds in beheer van de gemeente.

4.4.9 Nadere toelichting bergingscapaciteit

Het Waterschap hanteert de vuistregel dat per hectare nieuw verhard oppervlak 436 m³ aan waterberging moet worden gerealiseerd met een maximaal toelaatbare peilstijging van 30 cm indien de waterberging in open water wordt gerealiseerd.

In vergelijking met de huidige situatie neemt de totale oppervlakte aan verharding in het gebied na de bouw van de woningen en de aanleg van de bestrating toe. In het kader van de bestemmingsplanprocedure is, op basis van het oude stedenbouwkundige plan, het aantal vierkante meters aan te leggen bergingscapaciteit berekend. Het nu voorliggende, gewijzigde stedenbouwkundige plan voorziet in een kleiner aantal vierkante meters. De conclusies van het uitgevoerde waterhuishoudkundig onderzoek kunnen daarom onverkort overgenomen worden.Uit dit onderzoek bleek dat er sprake is van een toename van het verhard oppervlak van meer dan 500 m². Het verhard oppervlak neemt toe met circa 964 m². Uit de berekening van het waterhuishoudkundig onderzoek op p. 21 blijkt dat circa 147 m² aan extra wateroppervlak gecreëerd moet worden. Voorgesteld wordt om de watergangen aan de noord- en de zuidzijde van het projectgebied te verbreden met respectievelijk een oppervlakte van circa 77 m² en 53 m². Aan de westzijde van projectgebied wordt voorgesteld de watergang over een lengte van 20 meter met 1 meter te verbreden.

4.4.10 Overleg met het Waterschap

Zie bijlagen van het waterhuishoudkundig onderzoek.