direct naar inhoud van Regels
Plan: Nederhemert, Nijverheidstraat 7 en 8a
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0297.NHNBP20150009-OW01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan:

het bestemmingsplan Nederhemert, Nijverheidstraat 7 en 8a met identificatienummer NL.IMRO.0297.NHNBP20150009-OW01 van de gemeente Zaltbommel.

1.2 bestemmingsplan:

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3 aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5 aan huis verbonden (bedrijfs)activiteiten:

het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke – geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen – bedrijvigheid, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit in de woning en/of de daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie ter plaatse, kan worden uitgeoefend.

1.6 aan huis verbonden beroep:

het in een woning met bijbehorende gebouwen beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp-technisch of hiermee gelijk te stellen gebied, zulks met behoud van de woonfunctie van de betreffende woning.

1.7 agrarisch bedrijf:

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren.

1.8 agrarisch bedrijf, grondgebonden:

een agrarisch bedrijf, waarvan de productie geheel of overwegend afhankelijk is van het voortbrengingsvermogen van de grond;

1.9 bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.10 bebouwingspercentage:

het percentage van gronden, nader bepaald in de regels, dat ten hoogste mag worden bebouwd.

1.11 bedrijfverzamelgebouw:

bedrijfsgebouw waarin meerdere bedrijven gevestigd zijn;

1.12 Bevi-inrichtingen

bedrijven zoals aangegeven bij of krachtens het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

1.13 bruto-vloeroppervlakte:

de totale vloeroppervlakte ten dienste van kantoren, winkels of bedrijven, met inbegrip van de daarbij behorende magazijnen en overige dienstruimten.

1.14 bedrijfswoning:

een woning, slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de aard van de bedrijfsvoering noodzakelijk is;

1.15 begane grond:

de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau.

1.16 bestaand:

bij gebruik: aanwezig op het moment van het van kracht worden van dit plan;
bij bouwwerken: aanwezig op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, alsmede bouwwerken die op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen worden gebouwd krachtens een daartoe verleende bouwvergunning.

1.17 bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak.

1.18 bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.19 bevoegd gezag

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.

1.20 bijmassa:

een vrijstaand of aan de hoofdmassa aangebouwd gebouw, dat door zijn situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdmassa.

1.21 bouwen:

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.22 bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.23 bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel.

1.24 bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.25 bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.26 bouwwijze:

de wijze van bouwen van een hoofdmassa, te weten vrijstaand, halfvrijstaand , aaneengebouwd of gestapeld, waarbij:

  • onder "vrijstaand" wordt verstaan dat de hoofdmassa van een woning niet begrensd is door scheidsmuren van een andere hoofdmassa;
  • onder "twee-aaneen" wordt verstaan de hoofdmassa van een woning naar één zijde door een scheidsmuur van een naastgelegen hoofdmassa is begrensd;
  • onder "aaneengebouwd" wordt verstaan de hoofdmassa deel uitmaakt van een blok van meer dan twee hoofdmassa's, die naar twee zijden door scheidsmuren van naastgelegen hoofdmassa's zijn begrensd, met uitzondering van de hoofdmassa's die de aldus gevormde rij beëindigen;
  • onder "gestapeld" wordt verstaan een gebouw, dat uit meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen (appartementen) bestaat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;
1.27 dagrecreatie:

activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, huifkarren worden hier mede onder begrepen, waarbij overnachting niet is toegestaan;

1.28 detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan degenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.29 dienstverlening:

dienstverlening met uitsluitend of in hoofdzaak een verzorgende taak met een publieksaantrekkende functie zoals wasserette, kapsalon, schoonheidssalon, autorijschool, videotheek, uitzendbureau, reisbureau, bank, hypotheekverstrekker, postkantoor, telefoon-/ telegraaf-/ telexdienst, makelaarskantoor, fotoatelier (inclusief ontwikkelen), kopieerservicebedrijf, schoenreparatiebedrijf, alsmede door naar aard en uitstraling overeenkomstige activiteiten;

1.30 gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.31 hoofdgebouw:

een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.32 internetwinkel

winkel waarbij goederen via het internet te koop worden aangeboden.

1.33 omgevingsvergunning

vergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.34 pand

De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.35 seksinrichting:

een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang als zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.36 verdieping:

de bouwlagen van een gebouw gelegen boven de begane grondlaag.

1.37 verkoopvloeroppervlakte:

de voor het publiek zichtbare en toegankelijke besloten winkelruimte ten behoeve van detailhandel;

1.38 voorgevel:

een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdmassa.

1.39 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Wet van 6 november 2008 (Stb. 496), houdende regels inzake een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), zoals deze luidt op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan.

1.40 Wet ruimtelijke ordening:

Wet van 20 oktober 2006, Stb. 2006, 566, zoals gewijzigd bij de Wet van 24 mei 2007, Stb. 2007, 271 (grondexploitatie), inclusief de door de Tweede Kamer op 1 januari 2008 aanvaarde wijzigingen in het kader van de Invoeringswet (TK 2007-2008, 30 938, A).

1.41 woning:

een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.2 de diepte van aangebouwde bijmassa:

de diepte van een aangebouwde bijmassa wordt loodrecht gemeten vanaf de gevel van de hoofdmassa, waaraan de bijmassa wordt gebouwd.

2.3 de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

Onder 'daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen' wordt onder meer verstaan:

plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, lifschaften, airco kasten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken.

2.5 de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.6 peil:
  • a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst: de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
  • b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving
3.1.1 Algemene bestemmingsomschrijving

De voor "Bedrijf" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven;
  • b. niet-zelfstandige kantoren;
  • c. bedrijfswoningen;
  • d. ontsluitingswegen;
  • e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

één en ander met bijbehorende voorzieningen zoals tuinen, erven, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, en overeenkomstig de in 3.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving.

3.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
a Bedrijfszonering milieucategorieën

Uitsluitend zijn toegestaan bedrijven in categorie A als opgenomen in de bij de regels gevoegde Bijlage 1 Bedrijvenlijst, met dien verstande dat:

  • 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - maximaal categorie b', tevens bedrijven tot en met categorie B uit Bijlage 1 Bedrijvenlijst zijn toegestaan;
  • 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - maximaal categorie c', tevens bedrijven tot en met categorie C uit Bijlage 1 Bedrijvenlijst zijn toegestaan.

Indien na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in 3.4.1 een aanduiding op de verbeelding is opgenomen ten behoeve van een specifieke vorm van bedrijvigheid, geldt dat deze bedrijvigheid tevens is toegelaten.

b Niet-zelfstandige kantoren

Uitsluitend zijn niet-zelfstandige kantoren toegestaan.

c Lawaaimakers en risicovolle inrichtingen

Inrichtingen die een belangrijke mate van geluidhinder kunnen veroorzaken, zoals bedoeld in artikel 40 van de Wet geluidhinder, zijn niet toegestaan, alsmede risicovolle Bevi- inrichtingen.

d Bedrijfswoningen

Bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning" met dien verstande dat:

  • 1. ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning" maximaal één bedrijfswoning is toegestaan;
e Ondergeschikte detailhandel

Voor detailhandel geldt het volgende:

  • 1. detailhandel is uitsluitend als ondergeschikte nevenactiviteit in ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen toegestaan;
  • 2. in afwijking van het bepaalde onder 1 is eveneens ondergeschikte detailhandel toegestaan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
    • a. de ondergeschikte detailhandel is uitsluitend op de begane grond toegestaan;
    • b. de totale vloeroppervlakte aan ondergeschikte detailhandel mag niet meer bedragen dan 10% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte met een maximum van 150 m²;
    • c. de ondergeschikte detailhandel dient in directe relatie te staan met de aanwezige bedrijfsvoering; hieronder wordt verstaan: detailhandel in producten die functioneel rechtstreeks verband houden met de bedrijfsactiviteiten, waarbij deze bedrijfsactiviteiten als hoofdfunctie behouden blijven;
    • d. de ondergeschikte detailhandel vindt plaats in een afgeschermde ruimte, de bedrijfsruimte die niet voor ondergeschikte detailhandel wordt gebruikt, is niet toegankelijk voor consumenten;
  • 3. in afwijking van het bepaalde onder 1 zijn internetwinkels toegestaan, met dien verstande dat:
    • a. er geen uitstalling ten behoeve van de verkoop plaatsvindt;
    • b. er geen showroom en/of verkoopruimte aanwezig is;
f Buitenopslag

Voor buitenopslag gelden de volgende bepalingen:

  • 1. Buitenopslag is uitsluitend toegestaan op de gronden gelegen ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak".
  • 2. De hoogte van de buitenopslag mag niet meer bedragen dan 6 m.
g Parkeren

Parkeren vindt plaats op eigen terrein.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Bouwwerken

Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken passende binnen de bestemming.

3.2.2 Gebouwen

Gebouwen dienen aan het volgende te voldoen:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak";
  • b. de goot- en bouwhoogte in meters mag niet meer bedragen dan in het bouwvlak met de aanduiding "maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)" is aangegeven;
  • c. bouwen onder peil is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak";
  • d. de voorgevel van een bedrijfswoning wordt in of op een afstand van maximaal 3 m van de naar de weg gekeerde zijde van de aanduiding "bouwvlak" gesitueerd. Indien ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" tevens een aanduiding "gevellijn" is aangegeven, dan dient de voorgevel van een bedrijfswoning in die zijde van de aanduiding "bouwvlak" te worden gesitueerd waar tevens een aanduiding "gevellijn" is aangegeven;
  • e. de inhoud van bedrijfswoningen mag maximaal 750 m3 bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume (m3)' de op de verbeelding aangegeven inhoudsmaatvoering geldt;
  • f. aan één zijde van het bouwperceel mogen gebouwen in de zijdelingse perceelsgrens worden gesitueerd of op een afstand van minimaal 3 m tot de zijdelingse perceelsgrens; aan de andere zijde van het perceel mag het gebouw uitsluitend op een afstand van minimaal 3 m van de zijdelingse perceelsgrens worden gesitueerd;
3.2.3 Bouwwerken geen gebouw zijnde

Bouwwerken geen gebouw zijnde dienen aan het volgende te voldoen:

  • a. de hoogte van erf- of terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; met dien verstande dat erf- of terreinafscheidingen vóór de voorgevel maximaal 1 m hoog mogen zijn;
  • b. de hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 4 m.
3.2.4 Bebouwingspercentage

Indien en voorzover een aanduiding "maximum bebouwingspercentage %" is opgenomen, geldt dat per bouwperceel het bebouwingspercentage niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum bebouwingspercentage %" overeenkomstig de aanduiding is opgenomen.

3.3 Specifieke gebruiksregels

Onder gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval begrepen, het gebruik van de gronden anders dan voor de in 3.1.2 aangegeven bedrijfscategorieën of vormen van bedrijvigheid.

3.4 Wijzigingsbevoegdheid
3.4.1 Wijziging milieucategorie

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - maximaal categorie b" bedrijven tot en met categorie C uit Bijlage 1 Bedrijvenlijst toe te staan, mits:

  • a. het geen geluidzoneringsplichtige inrichting betreft;
  • b. de bedrijfsactiviteiten beschikken over een goede ontsluiting;
  • c. de bedrijfsactiviteiten qua aard en omvang vergelijkbaarheid van de invloed op het milieu en de omgeving zijn en daartoe advies wordt gevraagd aan een door burgemeester en wethouders te benoemen onafhankelijke terzake deskundige;
  • d. een nadere aanduiding op de verbeelding wordt opgenomen, waarin de specifieke toegelaten vorm van bedrijvigheid is geduid.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 4 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 5 Algemene bouwregels

  • a. Bouwwerken die bestaan op het tijdstip van het terinzageleggen van het ontwerp van dit plan dan wel mogen worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde bouwvergunning ingevolge artikel 40 Woningwet of krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken ingevolge artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en die afwijken van de bebouwingsregelingen worden geacht te voldoen aan dit plan.
  • b. Deze bouwwerken mogen geheel worden vernieuwd, gerenoveerd, verbouwd en veranderd, mits geheel vallend binnen de bestaande vorm en maatvoeringen (massa) en geheel vallend binnen de bestaande specifieke lokatie/situering van het betreffende bouwwerk.
  • c. Het bepaalde onder a en b is niet van toepassing op bebouwing die is opgericht zonder bouwvergunning/melding ingevolge de Woningwet of omgevingsvergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, en die, ten tijde van het terinzageleggen van het ontwerp van dit plan reeds in strijd was met het ter plaatse geldende bestemmingsplan en hierbij ook niet onder het overgangsrecht viel.

Artikel 6 Algemene gebruiksregels

Onder gebruik strijdig met de in dit plan opgenomen bestemmingen wordt in ieder geval begrepen het gebruik van de gronden en de hierop voorkomende bouwwerken en onderkomens voor seksinrichtingen.

Artikel 7 Algemene afwijkingsregels

7.1 Afwijking maatvoering

Het bevoegd gezag kan, voor zover niet reeds op grond van een andere bepaling van dit plan een omgevingsvergunning kan worden verleend, een omgevingsvergunning verlenen van de in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, mits hierdoor geen onevenredig afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat.

Op basis van deze bepaling kan niet worden afgeweken van het bepaalde in 3.2.2 onder b.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 8 Overgangsrecht

8.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan.

  • b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.

  • c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
8.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

  • d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 9 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan Nederhemert, Nijverheidstraat 7 en 8a.