Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Nederhemert, Molenstraat 91
Status: ontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.0297.NHNBP20170001-OW01
1 Inleidende regels
 
Artikel 1 Begrippen
 
In deze regels wordt verstaan onder:
 
1.1 Plan
Het bestemmingsplan ‘Nederhemert, Molenstraat 91’ met identificatienummer NL.IMRO.0297.NHNBP20170001-
OW01 van de gemeente Zaltbommel.
 
1.2 Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij
behorende bijlagen.
 
1.3 Aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge
de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze
gronden.
 
1.4 Aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
 
1.5 Aan huis verbonden bedrijf
Het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke
  • geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen
  • bedrijvigheid, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit in de woning en/of de daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie ter plaatse, kan worden uitgeoefend.
1.6 Aan huis verbonden beroep
Het in een woning met bijbehorende bouwwerken beroepsmatig verlenen van diensten op
administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp-technisch of hiermee
gelijk te stellen gebied, zulks met behoud van de woonfunctie van de betreffende woning.
 
1.7 Achtererfgebied
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van
daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het
hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen.
 
1.8 Bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of overige bouwwerken.
 
1.9 Begane grond
De bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau.
 
1.10 Bestaande bouw- en goothoogte
Onder bestaande bouw- en / of goothoogte wordt verstaan de bouw- en / of goothoogte
zoals bestaand op het moment van het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan.
 
1.11 Bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak.
 
1.12 Bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
 
1.13 Bevoegd gezag
Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag
om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
 
1.14 Bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel
bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander
bouwwerk, met een dak.
 
1.15 Bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het
vergroten van een bouwwerk.
 
1.16 Bouwgrens
De grens van een bouwvlak.
 
1.17 Bouwlaag
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke
hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond
en met uitsluiting van onderbouw en zolder.
 
1.18 Bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar
behorende bebouwing is toegelaten.
 
1.19 Bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel.
 
1.20 Bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels
bepaalde gebouwen en overige bouwwerken zijn toegelaten.
 
1.21 Bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is
verbonden.
 
1.22 Bouwwijze
de wijze van bouwen van een hoofdgebouw, te weten vrijstaand halfvrijstaand of
aaneengebouwd, waarbij:
  • onder “vrijstaand” wordt verstaan dat de hoofdgebouw van een woning niet begrensd is door scheidsmuren van andere hoofdgebouwen;
  • onder “halfvrijstaand” wordt verstaan dat de hoofdgebouw van een woning naar één zijde door een scheidsmuur van een naastgelegen hoofdgebouw is begrensd;
  • onder “aaneengebouwd” wordt verstaan dat de hoofdgebouw deel uitmaakt van een blok van meer dan twee hoofdgebouwen, die naar twee zijden door scheidsmuren van naastgelegen hoofdgebouwen begrensd, met uitzondering van de hoofdgebouwen die de aldus gevormde rij beëindigen;
1.23 Dak
Een gesloten bovenbeëindiging van een bouwwerk.
 
1.24 Detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het
verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan degenen die deze goederen kopen of
huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroepsof
bedrijfsactiviteit.
 
1.25 Gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met
wanden omsloten ruimte vormt.
 
1.26 Hoofdgebouw
Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking
van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of
bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
 
1.27 Overig bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam
met de aarde is verbonden.
 
1.28 Overkapping
Overige bouwwerken met maximaal één gesloten wand.
 
1.29 Pand
De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige
eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.
 
1.30 Seksinrichting
Een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang als zij
bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van
erotischpornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan:
een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een
parenclub of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
 
1.31 Verdiepingen
De bouwlagen van een gebouw gelegen boven de begane grondlaag.
 
1.32 Voorgevel
De naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel(s) van een
hoofdgebouw, (doorgaans) gekeerd naar de weg of het openbaar gebied.
 
1.33 Waterhuishoudkundige voorzieningen
Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een
goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit.
 
1.34 Wettelijke regelingen
Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q.
verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het
tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan.
 
1.35 Woning
Een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden.
Artikel 2 Wijze van meten
 
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
 
2.1 Afstand tot de bouwperceelsgrens
Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die
afstand het kortst is.
 
2.2 Diepte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken
De diepte van een aangebouwde bijbehorende bouwwerken wordt loodrecht gemeten vanaf
de gevel van het hoofdgebouw, waaraan het bijbehorend bouwwerk wordt gebouwd.
 
2.3 De goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een
daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
 
2.4 De inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart
van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
 
2.5 De bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met
uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de
aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
 
2.6 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het diepste punt van een gebouw.
 
2.7 Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte
bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, liftkokers, trappenhuizen,
galerijen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en
overstekende daken buiten beschouwing gelaten mits de overschrijding van bouw- c.q.
bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
 
2.8 Oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts
geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het
bouwwerk.
 
2.9 Peil
  1. Voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst: de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang.
  2. In andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.
2 Bestemmingsregels
 
Artikel 3 Wonen
 
3.1 Bestemmingsomschrijving
 
3.1.1 Algemene bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. woningen;
  2. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
met daarbijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouw zijnde, tuinen en erven, met
dien verstande dat het gebied op de verbeelding met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bijbehorende bouwwerken uitgesloten' [-sbabbu] geen erf is zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht voor zover het gaat om bijbehorende bouwwerken die functioneel aan het
hoofdgebouw zijn verbonden.
 
3.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
  1. Aan huis verbonden beroep
Binnen de bestemming 'Wonen' is gebruik van een deel van de woning en/of het bijbehorend
bouwwerk ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep toegestaan,
mits:
    1. de woonfunctie als overwegende functie gehandhaafd blijft;
    2. de te gebruiken oppervlakte ten behoeve van de uitoefening van het aan huis verbonden beroep niet meer bedraagt dan 30 m2.
  1. Aan huis verbonden bedrijf
Het gebruik van een deel van de woning en/of het bijbehorend bouwwerk ten behoeve van
de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf kan uitsluitend worden toegestaan indien
een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.5.1 wordt verleend.
 
3.2 Bouwregels
 
3.2.1 Algemeen
Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken die ten dienste staan van deze bestemming, zoals
woningen in de vorm van hoofdgebouwen met bijbehorende bouwwerken, alsmede overige
bouwwerken.
 
3.2.2 Hoofdgebouw
Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
  1. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak';
  2. ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' is maximaal éen hoofdgebouw in de bouwwijze 'vrijstaand' toegestaan;
  3. de bouw- en goothoogte mag niet meer bedragen dan als bestaand;
  4. de voorgevel van het hoofdgebouw moet in de naar de openbare weg gekeerde bouwgrens zijn gesitueerd;
  5. de afstand van de hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 2 m.
3.2.3 Maatvoering bijbehorend bouwwerk
Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:
  1. aangebouwde en vrijstaande bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de bouwaanduiding ‘bijgebouwen’ (bg);
  2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m;
  3. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m;
  4. het plaatsen van hekwerken op een bijbehorend bouwwerk is toegestaan, indien en voor zover het hekwerk als een afscheiding geldt voor een dakterras en indien het hekwerk niet hoger is dan 1 m;
  5. het bouwen van een bijbehorend bouwwerk is niet toegestaan waar dit met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bijbehorende bouwwerken uitgesloten' [-sba-bbu] is uitgesloten op de verbeelding;
  6. ter plaatse van de ‘specifieke bouwaanduiding uitgesloten’ [-sba-bbu] is tevens het oprichten van een overig bouwwerk in de vorm van een overkapping verboden;
  7. de afstand van de vrijstaande bijbehorende bouwwerken tot enig ander gebouw op het bouwperceel bedraagt minimaal 1 m.
3.2.4 Maatvoering overige bouwwerken
Voor overige bouwwerken gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag buiten de aanduiding 'bouwvlak' en/of buiten het achtererfgebied niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen maximaal 1 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' en/of ter plaatse van het achtererfgebied niet meer bedragen dan 4 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen maximaal 2 m mag bedragen;
3.2.5 Bebouwde oppervlakte
  1. Ter plaatse van de aanduiding 'maximale oppervlakte bijgebouw' is voor het realiseren van bijbehorende bouwwerken ten hoogste de aangegeven maximale oppervlakte toegestaan; Ingeval er geen aanduiding ‘maximale oppervlakte bijgebouw’ als bedoeld onder sub a. van toepassing is, mogen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' met niet meer dan 50% worden bebouwd
  2. met een maximum van 100 m².
3.3 Afwijken van de bouwregels
 
3.3.1 Omgevingsvergunning bijbehorend bouwwerk
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning
afwijken van het bepaalde in 3.2.3 onder a voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken
buiten de aanduiding 'bouwvlak' en buiten het achtererfgebied mits de diepte van het
bijbehorend bouwwerk niet meer bedraagt dan 1,5 m en het stedenbouwkundig beeld niet
onevenredig wordt aangetast.
 
3.4 Specifieke gebruiksregels
 
3.4.1 Parkeren
Per woning dienen minimaal 2 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd en in stand
gehouden, waarbij geldt dat bijbehorende bouwwerken (zijnde garages) niet worden
meegeteld als zijnde parkeerplaats en de parkeerplaatsen naast elkaar gesitueerd moeten
worden.
 
3.4.2 Strijdig gebruik
Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen:
  1. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor (zelfstandige) bewoning;
  2. het gebruik van ruimten binnen een woning en/of bijbehorend bouwwerk voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf;
  3. het gebruik van de in deze bestemming aangegeven gronden en de daarop voorkomende bouwwerken c.q. gebouwen of delen daarvan ten behoeve van een seksinrichting;
  4. het gebruik van de in deze bestemming aangegeven gronden en de daarop voorkomende bouwwerken c.q. gebouwen of delen zonder dat sprake is van de in 3.4.1. genoemde parkeerplaatsen.
3.5 Afwijken van de gebruiksregels
 
3.5.1 Omgevingsvergunning aan huis verbonden bedrijf
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning
afwijken van het bepaalde in 3.4.2 onder b, teneinde binnen een woning en/of bijbehorend
bouwwerk de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf toe te staan. Hiervoor dient aan
de volgende criteria te worden voldaan:
  1. de woonfunctie dient als overwegende functie gehandhaafd te blijven;
  2. het gebruik mag geen onevenredige hinder voor het woon- en leefmilieu opleveren en mag geen afbreuk doen aan het karakter van de buurt;
  3. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de afwikkeling van het verkeer en/of leiden tot onevenredige parkeerdruk;
  4. (detail)handel is alleen toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf;
  5. de te gebruiken oppervlakte ten behoeve van het aan huis verbonden bedrijf mag maximaal 30 m2 bedragen.
3 Algemene regels
Artikel 4 Anti-dubbeltelregel
 
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan
uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere
bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 5 Algemene gebruiksregels
 
Het is verboden de in de artikelen 3 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en / of
te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig
met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de
bestemmingsomschrijving.
Artikel 6 Algemene afwijkingsregels
 
Het bevoegd gezag kan, voor zover niet reeds op grond van een andere bepaling van dit
plan een afwijking van het bestemmingsplan middels een omgevingsvergunning worden
verleend, door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de in de regels gegeven
maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en
percentages, mits hierdoor geen onevenredig afbreuk wordt gedaan aan het woon- en
leefklimaat en geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van
aangrenzende gronden en opstallen plaatsvindt.
4 Overgangs- en slotregels
Artikel 7 Overgangsrecht
 
7.1 Overgangsrecht bouwwerken
 
7.1.1 Algemeen
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of
in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en
afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
  1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
7.1.2 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 7.1.1
een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als
bedoeld in artikel 7.1.1 met maximaal 10%.
 
7.1.3 Uitzondering
Artikel 7.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van
inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het
daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
 
7.2 Overgangsrecht gebruik
 
7.2.1 Algemeen
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van
het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
 
7.2.2 Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 7.2.1, te
veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze
verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
 
7.2.3 Onderbroken gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in artikel 7.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan
voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna
te hervatten of te laten hervatten.
 
7.2.4 Uitzondering
Artikel 7.2.1 is niet van toepassing het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen
geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 8 Slotregel
 
Dit bestemmingsplan kan worden aangehaald als bestemmingsplan 'Nederhemert, Molenstraat 91’
van de gemeente Zaltbommel.
 
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering d.d. …..
 
De voorzitter,
De griffier,