Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Zaltbommel, Rondvaartboot
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0297.ZBMBP20110003-VS01

4.3 Externe veiligheid

Bepaalde maatschappelijke activiteiten brengen risico’s op milieucalamiteiten, met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving, met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico’s. Het gaat daarbij om onder meer de productie, de opslag, het transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving.
 
Door voldoende afstand te bewaren tussen risicovolle activiteiten en bijvoorbeeld woningen, kan worden voldaan aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars. Het rijksbeleid is erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De mogelijke risico’s van het optreden van een milieucalamiteit moeten dan ook bij het vaststellen van ruimtelijke plannen (Wro-procedures) inzichtelijk worden gemaakt.
 
De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen en kinderopvang- en dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren, winkels, horeca en sportterreinen.
 
Naast het onderscheid in kwetsbaar en beperkt kwetsbaar wordt er ook onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Bij groepsrisico is ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Voor groepsrisico is er geen grenswaarde, maar een richtwaarde.
 
Overeenkomstig het gestelde in de Externe Veiligheidsvisie (EV-visie) van Zaltbommel conformeert de gemeente Zaltbommel zich aan het wettelijke kader voor het omgaan met de externe veiligheidsproblematiek, behandelt ze de relevante circulaires alsof deze wet zijn en anticipeert ze op de beleidsontwikkelingen rond het transport van gevaarlijke stoffen.
 
In het kader van dit plan wordt het aspect externe veiligheid nader onderzocht door de externe veiligheid van de locatie te beoordelen aan de hand van het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI), het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor.

4.3.1 Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI)

Het Bestluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) is op 27 mei 2004 in werking getreden. Het BEVI legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het BEVI is opgesteld om de risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, vanwege risicovolle bedrijven te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individueel als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden.
 
Om eventuele risico’s te kunnen bepalen is er een risicokaart opgesteld (zie afbeelding 3). Deze kaart geeft een overzicht van aanwezige risicovolle inrichtingen (BEVI-inrichtingen), alsmede een overzicht van overige risico-gerelateerde onderwerpen.
 
Afbeelding 3: uitsnede risicokaart
 
Conclusie
Uit raadpleging van de risicokaart blijkt dat er zich in de nabije omgeving van het plangebied geen BEVI-inrichtingen bevinden. Daarnaast wordt een aanmeerplaats voor een rondvaartboot in het kader van het BEVI niet beoordeeld als een risicovolle activiteit.         

4.3.2 Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen

Vanwege de veiligheid, de betrouwbaarheid en de grote transportcapaciteit, spelen in Nederland buisleidingen een belangrijke rol bij het transport van brandstoffen en andere gevaarlijke stoffen. Buisleidingen vormen een 'vitale infrastructuur' die een goede regeling en een gepaste bescherming behoeft. Een vorm daarvan is het planologisch beschermen van buisleidingen door het vastleggen van de locaties van de leidingen inclusief de bijbehorende belemmeringenzones in bestemmingsplannen. In 2007 is het Registratiebesluit externe veiligheid in werking getreden op basis waarvan risicogegevens van buisleidingen worden geregistreerd en vrijgegeven. Daarnaast kondigde (voormalig) staatsecretaris Van Geel in een brief aan de Tweede Kamer aan dat het buisleidingendossier grondig wordt herzien. Dit
heeft onder meer geleid tot het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Hierin zijn regels opgenomen waarmee het toezicht op de registratie en de afweging van veiligheidsrisico's nabij buisleidingen moet verbeteren. Tevens wordt via een nieuwe Structuurvisie Buisleidingen het strategisch beleid inzake buisleidingen verder uitgewerkt. Deze structuurvisie wordt een structuurvisie op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). 
 
Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb bevat regels voor de exploitant, regels voor gemeenten over het opnemen van buisleidingen in bestemmingsplannen en regels voor het melden van ongewone voorvallen. De afweging van de externe veiligheidssituatie van buisleidingen heeft op deze manier een grondslag in de Wet milieubeheer (Wm) en in de Wro. Daarnaast vervangt het Bevb de circulaires Zonering langs hogedrukaardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie (1991). In het Bevb is geen sprake meer van veiligheids-/bebouwings- en toetsingsafstanden zoals deze werden voorgeschreven in de circulaires. Het Bevb gaat uit van grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico (PR) en een verantwoordingsplicht van het groepsrisico (GR). De regeling voor buisleidingen is hiermee vergelijkbaar met de regeling voor inrichtingen zoals vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).
 
Conclusie
Uit raadpleging van de risicokaart (afbeelding 3) blijkt dat er in de omgeving van het plangebied geen buisleidingen lopen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormt daarmee geen gevaar voor een aanmeerplaats van een rondvaartboot.

4.3.3 Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor

Voor het transport van gevaarlijke stoffen via weg, water en spoor, heeft het Rijk normen vastgesteld in de nota Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Hierover is vervolgens een circulaire verschenen waarin dit beleid verder is uitgewerkt en verduidelijkt. De circulaire beschrijft het rijksbeleid voor veiligheidsbelangen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen.
 
Voor de routering van gevaarlijke stoffen is de Wet vervoer gevaarlijke stoffen van belang. Gemeenten mogen voor de zogenaamde routeplichtige stoffen, gemeentelijke wegen binnen hun grenzen aanwijzen waarover de gevaarlijke stoffen mogen worden vervoerd. Redenen voor routering zijn bijvoorbeeld kwetsbare situaties zoals dichte bebouwing, de aanwezigheid van een ziekenhuis of de ligging van een waterwingebied. Voorwaarde is wel, dat een door gemeente aangewezen weg aansluit op het rijks- of provinciale wegennet, waarover het vervoer van gevaarlijke stoffen is toegestaan.
 
Conclusie
Gelet op het gestelde in de nota Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen, de Externe Veiligheidsvisie van de gemeente Zaltbommel en nieuwe beleidsontwikkelingen rond het vervoer van gevaarlijke stoffen over water (de Waal) is het plangebied gelegen binnen de toetsingszone van 200 meter vanaf de Waal. Tevens is het plangebied gelegen binnen een in de nabije toekomst aan te wijzen plasbrandaandachtsgebied. De aanmeerplaats voor de rondvaartboot kan vanwege het aspect externe veiligheid echter wel worden toegestaan. Een verantwoording van het groepsrisico is daarbij niet nodig, omdat slechts kortdurend en enkele malen per maand meerdere personen aanwezig zijn op een aangemeerde rondvaartboot. Hierdoor zal het groepsrisico niet of nauwelijks toenemen. De kans op slachtoffers op de aangemeerde rondvaartboot vanwege een plasbrand is zeer gering.
Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en per spoor is in de omgeving van het plangebied niet aan de orde.