Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Zaltbommel, Rondvaartboot
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0297.ZBMBP20110003-VS01

4.9 Water

4.9.1 Beleid

Het algemene waterbeleid dat op het plangebied van toepassing is, staat beschreven in de Waterwet en het Nationaal Waterplan van de rijksoverheid (zie hoofdstuk 3). Daarnaast zullen het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) en de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) de komende jaren richtinggevend worden voor het regionale waterbeheer in Nederland.
 
Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)
In het NBW hebben rijk, provincies, waterschappen en gemeenten afgesproken dat in 2015 het watersysteem op orde moet zijn en blijven. Water moet weer de ruimte krijgen en is medesturend voor het ruimtelijk beleid. Als een van de eerste stappen is afgesproken dat de waterschappen in beeld brengen hoeveel waterberging er nodig is om aan de zogenaamde werknormen te kunnen voldoen. Voor stedelijk gebied houdt dit bijvoorbeeld in dat de hoeveelheid wateroppervlak die nodig is om te zorgen dat bij neerslag het waterpeil maar eens in de 100 jaar tot aan het maaiveld kan stijgen.
 
Kaderrichtlijn Water (KRW)
De KRW is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW maakt het mogelijk om verontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan de gestelde waterkwaliteitseisen die afhankelijk zijn van onder meer het type water. De KRW is inmiddels doorvertaald naar Nederlandse regelgeving door middel van de Waterwet (zie paragraaf 3.1.3. De Waterwet geeft op nationaal niveau onder andere invulling aan de KRW.

4.9.2 Watertoets

In verband met onderhavige ontwikkeling heeft er overleg plaatsgevonden met het Waterschap Rivierenland. Op basis van het advies van 23 december 2008 is gesteld dat het aanleggen van de rondvaartboot in de insteekhaven geen invloed zal hebben op de waterkering en/of het watersysteem. Derhalve wordt het doorlopen van een watertoetsprocedure niet noodzakelijk geacht.